Hoe een verloving een baby 'redde'

                                                     29 mei 2024 


Het was een normale dinsdag in de kliniek. We keken met elkaar uit naar de avond en versierden de kliniek met slingers en ballonnen. Onze collega Paul, technisch dokter uit Nederland die voor onbepaalde tijd op Noahs Ark is komen werken, zou gaan verloven. Zijn vriendin had ringen meegebracht uit Nederland en op de bananenplantage zou hij haar bij ondergaande zon vragen. Als ze ja zou zeggen zouden ze onder begeleiding van de muziekkorps van Noahs Ark naar beneden lopen, naar de kliniek om het feest te vieren. En daar zaten we met het hele medische team, vol verwachting klopte ons hart in feestvreugde om het jonge stel samen gelukkig te zien. Maar het duurde langer dan verwacht. En dat voor een Nederlands koppel die houden van op tijd zijn…


Ondertussen was een vrouw, die wij allemaal goed kennen in de kliniek, aan het bevallen van haar eerste kind. Die middag om drie uur was ik bij haar geweest om samen te bidden voor een voorspoedige geboorte van haar eerste kind. De bevalling vlotte niet goed en toen ik de verloskundige zag rennen met zuurstof bekroop mij een niet pluis gevoel. Ik had net mijn uniform verwisseld voor nette kleding voor het feest, maar in nood denk je nergens meer aan. Ik rende achter haar aan. Dokters, verloskundigen, verpleegkundigen en studenten stonden rond de warmtetafel en daarop lag een schijnbaar levenloos klein poppetje. Door de betrokkenheid op deze bekend moeder stond iedereen als aan de grond genageld. Ik kreeg het inzicht om het team te coördineren en de helicopterview over de situatie te houden. Er was veel te doen in aansturen van reanimatie, prikken van infuus, het doseren van zuurstof, toedienen van medicatie tot contact houden met de moeder. We riepen met het hele team tot God om het kleintje tot leven te brengen. In tussentijd hield ik contact met iedereen die zat te wachten op het feest en niet tot het medische team behoorden. Iedereen ging in gebed voor dit kleine meisje. John coördineerde dat het feest werd verplaatst naar een andere locatie. Want stel je voor dat het meisje niet zou gaan ademen. Nadat we haar medicatie hadden gegeven zag ik haar mondje bewegen en greep ik haar bij haar borstkastje. Haar eerste kreetje vervulde de lucht en het hele team barstte uit in een mengeling van tranen en prijzen van God Die het leven van dit meisje had teruggegeven. Het gebeurt me niet vaak in de kliniek, maar nu liepen ook de tranen over mijn wangen. Sommigen situaties raken, maar sommige data staan in je geheugen gegrift. 

Ik moest mezelf herpakken om het dansende team aan te blijven sturen om op het meisje te blijven letten in hun vreugde. Toen het meisje gestabiliseerd was, moest ze gauw opwarmen bij haar moeder. In eerste instantie wilde niemand weg bij dit wonder, maar er was ook een groep feestgangers die aan het wachten waren op het medische team om te kunnen starten … twee van het medische team bleven bij moeder en kind en de rest ging naar het feest. Ondertussen moest ik wel even schakelen toen ik het muziekkorps hoorde en het gelukkige stel zag. Maar wat deed mijn collega die zojuist het meisje had beademd? Ze gaf een getuigenis over wat er net gebeurd was ten overstaan van zeer veel kinderen, tieners, verzorgers en belangstellenden. Wat als het hele team op deze gewone dinsdag niet aanwezig was geweest? Juist omdat dit stel deze dag had uitgekozen was het hele team aanwezig om te ploeteren voor een nieuw leven. Menselijkerwijs gesproken was het meisje niet blijven leven als dit stel zich niet op deze dag op Noahs Ark had verloofd. Er bleef veel vreugde en verwondering over. 

En daar ging het feest verder. Een taartpunt in de mond van Pauls verloofde. Ja ik wil! En daar volgende het dansende en zingende publiek. De taart werd gedeeld met veel monden, maar dat kon de pret niet drukken. 

Jaja's in Uganda

december 2023

Veel zijn er niet van. Slecht 2% van de bevolking in Uganda. Ze ontvangen vaak veel respect van de jongere generatie. Die knielen voor ze als ze langskomen. Dat respect verdienen ze ook zeker. De opa's en oma's in Uganda zijn spaarzaam en als ze er zijn hebben ze geen goede oude dag in een bakhuisje naast de familie of een verzorgingshuis. Eens vertelde ik tegen dokters en zusters tijdens de ziekenronde 's morgens dat oude mensen in Nederland bij elkaar wonen in een groot huis en zusters hen verzorgen. De familie komt dan op bezoek, maar woont vaak niet bij hen. Ze keken me verbaasd en ongelovig aan en schoten in de lach. Een jaja (zeg djadja) die niet bij zijn familie woont...ondenkbaar in Uganda. Een jaja die mag zitten en rusten in Uganda? Eveneens ondenkbaar...Afgelopen jaar kwam ik er een paar tegen die, in plaats van ouders, zorgen voor hun kleinkinderen.
 
Ze was was rond de 2 kilo toen haar oma haar meenam naar onze kliniek. Grace was al een half jaar oud en had geen ouders meer. Haar oma had nauwelijks geld om melk te kopen. Met thee en suiker probeerde ze Grace in leven te houden. Totdat het niet meer ging. Zelf was oma ook niet al te dik. Ze werd opgenomen en groeide snel. Oma komt nu nog elke twee weken terug en verschijnt met een dankbare glimlach. 
 
Ze kwam strompelend aan, leunend op een dikke tak. Kon amper op haar benen staan. Twee kleinkinderen waren bij haar. Het jongetje Jeremiah leek Hollands welvaren, maar schijn bedriegt. Zijn lichaam was vol vocht door te eenzijdig en te weinig voedsel. Hij werd op een speciaal dieet gezet en het vocht trok weg uit zijn lijfje. Hij kreeg aandacht van ons, als personeel praten we tegen hem, trokken hem op schoot en leerden hem spelen. Maar het gevolg was dat hij niet meer naar zijn oma wilde. Oma vroeg dan ook of hij niet bij ons kon blijven, maar dat is niet wat wij willen als er familie is. Zo leerden we oma om ook tegen hem te gaan praten en met hem te spelen. Maar hoe moeilijk is dat als je zo druk bent en je voetje voor voetje water moet halen voor huishouding en verzorging. Op een dag sjouwde ze met een emmer water, te zwaar voor haar. Toen ik hem overnam keek ze me dankbaar aan. Webale nnyo, heel erg bedankt! Een druppel op een gloeide plaat…
 
En toen waren er ineens twee oma's op de afdeling. Verrimpeld, met groeven in hun handen van al het zware werk op het land. Een van hen had drie kleinkinderen bij zich, alle drie ondervoed met malaria. Maar ze had ook nog 14 kleinkinderen achter gelaten! Hopelijk konden zij voor zichzelf zorgen in de tijd dat oma niet bij hen was of hopelijk waren er goede buren die voor hen zorgden. Iedereen zorgt hier namelijk voor iedereen. Een kind is gemeenschapsgoed. Uiteindelijk werd oma na een paar weken weer herenigd met al haar kleinkinderen. Ze ging blij weg met een zak vol kleding en extra voeding voor de jongsten.
 
Maar de andere oma bleef maar kort. Ze kwam naar ons toe, juist toen ik naar iemand in Nederland aan het appen was over spullen die mee konden komen met bezoekers. Ze had een kindje op haar rug, waarvan ik gelijk zag dat ze gehandicapt was. (Daarvan zijn er ook erg veel in Uganda o.a. door slechte start bij de geboorte door gebrek aan goede zorg.) Ze keek ons wanhopig aan. Ze moest naar huis, want ze hadden die week al haar kippen gestolen en nu was ze bang dat ze ook haar stoofje om eten te koken zouden weghalen. Haar hutje kon niet op slot. Dat was dus het enige wat ze nog had. Een stoofje om eten op te koken. Ik stond haar een poosje aan te staren en rende naar huis om kleding die te klein was voor Eliam door te geven aan haar. Tewansiza … ik ben je dankbaar en toen vertrok ze. Nog lange tijd bleef ik beschaamd achter. Ik had geappt voor spullen vanuit Nederland en wij hebben al zoveel...het enige wat overbleef was deze jaja's in gebed naar God brengen die beloofd voor de weduwen en wezen te zorgen. En Hij doet het, want daarom bracht Hij hen ook naar ons. Toen was ik ook dankbaar dat we bij momenten Zijn handen mogen zijn.


Grace bij opname

Jaja Grace bij tweewekelijks bezoek

Een van de 17 kleinkinderen waar 1 jaja voor zorgt

Een blog over hoe het Westen de klok denkt te hebben, maar Afrika de tijd - oktober 2023 

Geschreven door John

 
Er was mij gevraagd om een seminar te geven over tijdmanagement. Maar paste dit wel in mijn volle agenda? Na bijna twee jaar verblijf op Noah’s Ark nemen de werkzaamheden eerder toe dan af. Hermina werkt niet alleen in de kliniek, maar samen met mij is ze werkzaam voor de PR afdeling. Bijvoorbeeld in het helpen van de kinderen bij het schrijven van de sponsorbrieven. Het controleren en invoeren van klassenlijsten. Er vindt wekelijks overleg plaats waarbij nagedacht wordt over campagnes, het schrijven van nieuwberichten vanuit Noah's Ark, het bijwerken van ‘social media’ en het ontwerpen van diverse producten. Daarnaast zijn er diverse vergaderingen met de verschillende teams en het  management. 
 
 De oudste kinderen hebben de leeftijd bereikt waarop sommigen beginnen ‘uit te vliegen’. In een land als Oeganda is er amper tot geen werkgelegenheid. Zelfs met een universitair diploma ploeteren velen voor hun levensonderhoud. Zij worden alsnog een boda-driver (motortaxi) of staan langs de weg suikerriet in blokjes te hakken. Kleine bedrijven zijn er veel, maar vaak wordt het personeel niet uitbetaalt.  Noah’s Ark probeert de nieuwe generatie te helpen met werkgelegenheid en diverse stageplekken die intern gecreëerd kunnen worden. Zelfs een muurschildering in het kinderhuis staat niet op zichzelf, maar probeer ik samen te laten vallen met overdracht aan een nieuwe generatie. In het kader van scheppen van banen verbouwen de oudsten koffie, verwerken en malen de koffie voor de verkoop en is er zelfs een koffietentje geopend in Jinja wat gerund wordt door een paar jongvolwassenen. 

 Recent was mij gevraagd een houten koffiezet apparaat voor een kop koffie te ontwerpen. 

Deze week begint de expositie van het voorgezet onderwijs, dan moeten de koffiestandaards klaar zijn. Het proces van ontwerp tot daadwerkelijke standaards was een uitdaging. Communicatie in een andere cultuur, taal, werkwijze, mentaliteit en deskundigheid dan in het Westen gaf mijns inziens nogal wat vertraging binnen het proces. Vaak vroeg ik mezelf af: 'Komt het allemaal wel goed?'

 Tussendoor is er het contact met het thuisfront; een afspraak hier een mailtje daar. Tussendoor wandelen de  tieners binnen. Soms voor een praatje of gezelligheid, voor een gum of hulp bij het huiswerk. Deze week krijgen we twee avonden een training over interculturele communicatie. Hermina heeft taalcursus, terwijl ik de boodschappen doe achterop de motor met een backpack. De les geschiedenis moet nog voorbereid worden; over Kabaka (koning) Muteesa I en de invloed van de religies in Oeganda  rond het jaar 1877. Dit betekent veel inlezen en dan wordt het 'een latertje' en weer vroeg op.
 
 De twee andere blanke medewerkers uit de kliniek zijn beiden op verlof. Hermina moet wat meer invallen en maakt langere dagen. Hermina vraagt: 'John kook jij vanavond? ' Zaterdag is standaard het schoonmaken en dweilen van het huis. Dat mag zeker tijdens het huidige regenseizoen niet worden overgeslagen. Hermina ging woensdag naar Kampala voor haar BIG registratie (verpleegkundige licentie in Nederland). Een proces, dat nu al bijna een jaar duurt, is daarmee bijna afgerond. Daar gaat ze achterop de motor door de drukke miljoenen stad. Vanavond komen de tieners om zondagsschool voor te bereiden. 
 
Het seminar is begonnen voor de examenkandidaten. Ik had toegezegd om de les over timemanagement te geven. Echter, de contactpersoon die me had gevraagd blijkt niet aanwezig en neemt ook niet op. Op de afgesproken locatie is niemand aanwezig. Dat gebeurt weleens vaker hier. Het zou om ongeveer vijftig studenten gaan. Een half uur later is na verschillende checks een locatie bekend. Uiteindelijk kan ik beginnen en het blijkt om het dubbele aantal studenten te gaan. Het seminar wordt goed ontvangen. Over korte en lange termijndoelen en zaken die wel of niet urgent of belangrijk zijn. Over 1e, 2e, 3e en 4e generatieplanners. Waarbij de eerste generatie door de agenda geleefd wordt, de tweede een kalender combineren kan, de derde daarbinnen ook weet de prioriteren. De vierde generatie heeft een persoonlijk waardensysteem. Deze generatie heeft visie doordat ze vanuit identiteit en zelfkennis prioriteren. 
 
Het onderwerp, gebaseerd op ‘do's, dont's, defers and drops’ vanuit diverse bekende onderzoeken, sluit af met een christelijke toon. Want zelfs de meest succesvolle mensen in timemanagement zijn niet immuun voor sterfelijkheid. Geconfronteerd met het levenseinde kan men tot andere afwegingen komen. Waarden als 'het samen zijn met dierbaren' of 'tijd voor God in het overdenken van de eeuwigheid' kunnen als meer belangrijk worden ervaren. En wat het verschil in tijdsbeleving tussen het Westen en Afrika nu echt betekent blijft lastig te verwoorden. In ieder geval dit; Afrika is meer relatiegericht en het Westen taakgericht. Het is duidelijk dat de dood hier meer prominent aanwezig is en overleven een andere houding geeft wanneer het om primaire en secundaire behoeften gaat. Maar Afrikaan of Westerling, de eeuwigheid en betekenis van ons bestaan mogen we allemaal wel overdenken. De tijd voor iets nemen kan dan ineens waardevoller blijken dan geleefd te worden door de klok. 

 

Kind centraal op Noah’s Ark - juni 2023

Noah’s Ark breidt zich weer verder uit. Het fundament voor twee nieuwe familiehuizen wordt gelegd. En twee huizen zijn recent geopend. De opening van de nieuwe familiehuizen zijn voor de jongens een grote stap geweest. Ze hebben nu een persoonlijke auntie (tante) die voor hen als een moeder fungeert. Hoewel de omstandigheden nu natuurlijker zijn, door de persoonlijke ‘auntie’ en een kamer gedeeld met minder kinderen, wordt het kinderhuis en de ‘broertjes, zusjes en tantes’ aldaar wel gemist. Gelukkig zien ze elkaar weer op school en in hun vrije tijd. Het komt regelmatig voor dat we op een verjaardag worden uitgenodigd. Deze worden in Oeganda niet altijd gevierd, maar wij vinden dit wel belangrijk voor de vorming van hun eigen identiteit. Als we worden uitgenodigd fungeren we als oom en tante en uiteraard wordt met grote spanning naar een cadeautje uitgekeken. 

De opening van familiehuizen is belangrijk voor de doorstroom vanuit het kinderhuis. Er komen er nog altijd bijna maandelijks nieuwe baby’s, hoewel niet altijd vanuit onomkeerbare of uitzichtloze omstandigheden. Meestal worden de ouders niet meer teruggevonden of kan familie tijdelijk niet voor de pasgeborene zorgen door bijvoorbeeld overlijden van de moeder bij de geboorte.  
 
Toen we twee jaar geleden hier kwamen, had Hermina een baby uit het kinderhuis in de kliniek die speciale aandacht vroeg. De moeder was overleden en de vader had aan de organisatie gevraagd om voor deze jongen te zorgen. Een virus hield de jongen een tijd in de kliniek waar Hermina bijzondere en persoonlijke zorg verleende. Dit gaf een blijvende band, die Hermina ook onderhield. Zodra Hermina in de afgelopen twee jaar haar gezicht liet zien op de baby- en peuterafdeling kwam de jongen aangesneld. Eerst kruipend en inmiddels lopend, dan kroop hij op schoot en in haar armen. Afgelopen weekend is de jongen met zijn vader herenigd. We zullen deze lieve jongen missen, maar zijn dankbaar dat hij herenigd is. 
 
 In Oeganda is er een groot probleem met wat we hier noemen de ‘special needs’, kinderen met beperkingen. Het land, met een van ‘s werelds jongste bevolking, (ongeveer 70% is jonger dan 24) en waar slecht 2% ouder wordt dan 67 jaar, kent veel van deze ‘special needs’. Dit kan ontstaan door ondervoeding, zuurstoftekort bij de geboorte, ongelukken en ziekten door gebrek aan goede zorg en medicijnen. Met het hoge geboortecijfer in Oeganda en de grote populatie aan kinderen begrijpt u dat in dit land het aantal kinderen met ‘special needs’ groot is. Volgens cijfers wordt nog geen 7% van deze groep goed behandeld. Noah’s Ark is nu bezig met het opzetten van een speciaal huis om deze groep beter te bedienen. Onze bediening richt zich niet dagelijks op deze groep. We hebben een Nederlandse collega die daar verantwoordelijk voor is. Maar in het algemeen komen speciale hulpvragen wel op je pad. Zo mochten we verleden jaar speciale spullen meenemen voor een blind jongentje. Recent heeft John de Bijbel gemaakt die uit elkaar gevallen was voor een spastisch meisje. Kleine dingen geven een grote glimlach. Als het slecht weer is en erg glad dan begeleiden we hen naar huis, samen met anderen. Zo proberen we als familie goed voor elkaar te zorgen, zodat ook de ‘speciaal needs’ dat ze er helemaal bij horen. 
 
 Vanuit de overheden heeft Noahs Ark een positieve bekendheid. Zo zijn jaren terug de koning en koningin van Buganda hier geweest, het grootste koninkrijk binnen Uganda. Een half jaar geleden kwam een van de zonen van de president samen met een staatssecretaris op bezoek en recent hadden we bezoek van de Italiaanse ambassadeur. De kinderen laten met veel vreugde dan hun talenten zien. Zo werd een traditionele dans opgevoerd en speelde de band van Noah’s Ark. John had met een groot aantal kinderen en enkele tieners een groot schilderij gemaakt. De kinderen weten zich op deze manier gewaardeerd en het is goed voor de verhoudingen met de overheden om te laten zien hoe de kinderen zich ontwikkelen. De band is nu uitgenodigd om voor de ambassade op te treden. 

Familiehuis opening

Op bezoek

Overhandiging schilderij

  Goede zorg is niet vanzelfsprekend. Zo werden afgelopen periode een aantal kinderhuizen bezocht wat resulteerde in een opname in de kliniek van Noah’s Ark van vijf ernstig ondervoede kinderen. De kliniek kent naast het ondervoedingsprogramma en buurtbezoeken een programma om borstvoeding op gang te helpen. Een slangetje wordt op de borst geplakt met het uiteinde in een bekertje kunstvoeding. De baby denkt dat het uit de borst komt en gaat dan harder en langer zuigen. De borstvoeding komt dan weer op gang. Het kindje groeit van de kunstvoeding, heeft meer kracht en dan bouwen we de kunstvoeding weer af. Dit kan al een verschil maken of de moeder voor de baby kan blijven zorgen. Geld om babymelk te kopen is er helaas vaak niet, als dan de borstvoeding niet wil, is dat traumatisch voor de moeder. 
 
 Naast het werk in de kliniek en op de school blijven we druk met het werk voor de zondagschool. De kinderen kijken er naar uit, de samenwerking met de oudere tieners in het voorbereiden en onderwijzen is mooi werk. De afgelopen periode hadden we vrienden op bezoek en die hebben in een aantal programma’s meegedaan. Zo had John ineens verjaardagsvisite en zijn we met elkaar ook de omgeving gaan verkennen. We hebben bij een aantal arme hutten spullen gebracht. Zo konden we de huizen bezoeken waar veel van de leerlingen vandaan komen en wat helaas ook de omgeving betreft waar kinderen ter vondeling worden gelegd of wanneer de baby’s uit uitzichtloze situaties gered worden. Armoede en reddeloosheid is moeilijk om aan te zien. We zijn dan ook nog steeds erg dankbaar dat we met elkaar dit werk mogen te doen om kinderen te helpen een betere toekomst op te bouwen waarin waardering en zorg hun ontwikkeling ten goede komt. 

Eindelijk geregistreerd...

28 februari 2023

 

Daar ging ik dan weer, achter op de motor naar de hoofdstad. Dit keer dacht ik wel alleen te kunnen gaan, zonder Oegandese collega. Wat zou de dag me brengen? De eerste hobbel was al om veilig in de stad te komen. Het ene moment passeerden we een grote vrachtauto waarvan de grote wielen enkele centimeters van ons verwijderd waren. Dan weer schoten er andere motors voor onze motor langs. Naarmate de stad in het zicht kwam, werd het gevaar groter. Ik besloot naar boven te kijken. Alleen naar God Die mij veilig in de stad kon brengen en door alle uitdagingen heen kon loodsen. Op weg naar mijn papiertje als geregistreerd verpleegkundige in Oeganda. Achterop de motor dwaalden mijn gedachten terug naar de tijd in het Kawolo regeringsziekenhuis. 



Moses heette hij. Ik kwam hem tegen 's morgens op de mannenafdeling. Ik zag hem voorbij strompelen toen ik het rapport aan het lezen was. Zijn blouse gescheurd, vol bloedvlekken, zijn gezicht gezwollen. Even later lag hij in bed aan het einde van de afdeling. Zonder deken of laken. Hij sprak geen woord Engels. Ik wist alleen dat hij Moses heette. Niemand was bij hem, niemand om hem te wassen, om hem moed in te spreken. Wat was er gebeurd? Ook niemand kon het precies vertellen, want de politie had hem 'gedumpt' met het gegeven dat er een ongeluk was gebeurd. Wat iedereen wel zeker wist was dat zijn tas was gestolen tijdens het ongeluk. Dat schijnt normaal te zijn in Oeganda als je een ongeluk krijgt. Dus ook geen geld, niets om te eten. De dokter kwam langs met de constatering dat hij er niet dermate slecht aan toe was dat hij hij lang zou moeten blijven, maar dat hij op deze manier een bloedsuikerdaling zou krijgen en onderkoeld zou raken. Dat waren genoeg woorden om mij in actie te brengen. Wat gaan we doen voor deze jongen was mijn vraag aan de zuster die op kantoor zat. Aangezien ik niet wist of ze wat met mijn vraag ging doen, besloot ik eten te gaan halen. In de keuken vertelde ik het verhaal en kon ik yoghurt kopen. Mag ik een lepel erbij vroeg ik. Die moet je kopen, was het antwoord. Op dat moment was even mijn geduld op vanwege de genadeloze houding en ik legde duidelijk uit dat ik medewerking verwachtte met deze hulpeloze jongen. Daarop kwamen ze met een lepel, hoogst verbaasd dat ik me over een jongen ontfermde. Met gretige happen ging de 400 ml naar binnen en kon ik de enige afdelingsdeken bemachtigen voor hem. Inmiddels ging een van de zusters bij het hoofd vragen om geld om medicijnen voor hem te kopen. Gelukkig, men kwam in actie. Toen we de wonden aan het schoonmaken waren, kwam plotseling een leraar van de jongen binnen, die zijn taal sprak. Ik vroeg hem alle mogelijke vragen te stellen waar zijn familie was. Mozes wist geen telefoonnummer, maar uiteindelijk kwamen we er achter waar zijn vader werkte. De leraar gaf aan er werk van te maken en 's avonds terug te komen en eten mee te nemen. Later begreep ik dat men wel een week op een afdeling kan liggen zonder dat men weet waar de familie is. 



Dit was alweer twee maanden geleden. Intussen probeerde ik op verschillende manieren digitaal mijn fel begeerde bewijs van registratie binnen te halen. Dat lukte niet, het systeem was blijkbaar te nieuw, daarom maar fysiek naar Kampala vandaag. Aangekomen bij de centrale plaats waar verpleegkundigen en verloskundigen worden geregistreerd kreeg ik een nummer om bij de bank in dollars te gaan betalen. Weer achterop de motor door de stad. Wat is het toch handig als je gewoon een bedrag kunt overmaken zonder dat met je geldbriefjes de stad moet doorkruisen. Aangekomen bij de bank accepteerde men mijn dollar briefjes niet. De een was te klein, de ander zat een vlekje op en de derde zat een scheurtje in. Met grote verbazing keek ik hen aan. De shillingbriefjes van Oeganda mogen verscheurd, verfrommeld en vies zijn, maar een dollarbriefje moet vlekkeloos zijn. Ik vroeg hen met shillings te betalen, maar dat mocht ook niet. Besluiteloos keek in naar het dollarbriefje in mijn hand en had even spijt dat ik niet met z'n tweeen was gegaan. Maar toen las ik de woorden op het briefje … In God we trust. Dat gaf me moed. Enigszins verontwaardigd zei ik tegen hen dat ik kwam om Oeganda te dienen en dat ze van een blanke dan verwachten om gewoon nieuw dollargeld van de bank te halen. Ik zei maar niet dat ik niet eens wist waar ik dat moest doen. Ik voegde er wel aan toe dat ik niet van plan was weg te gaan. Ik wilde of met shillings of met dollars betalen. Na wat discussieren onderling besloten ze dat ik met shillings mocht betalen. Opgelucht en dankbaar verliet ik de bank. Inderdaad, op God kunnen we vertrouwen. 

Onderweg met een taxi,mijn eerste werkdag in Kawolo

5 november 2022

Door de drukte van het dorp banen we ons met de motor een weg naar de MTN, het telefoonbedrijf in Oeganda. Mijn telefoonnetwerk is namelijk afgesloten en ik moet even bewijzen dat ik hier toch mag blijven. Om mij heen hoor ik vooral het geluid van claxons of soms hoor ik Muzungu (blanke) roepen. Even ben ik in gedachten en denk ik dat ze claxonneren omdat ze me kennen. Ik heb de neiging om mijn hand op te steken, maar dan realiseer ik me dat het vooral de taxi's zijn die proberen om klanten binnen te halen of dat ze bijna een botsing krijgen en zichzelf hiermee veilig stellen. Glimlachend denk ik terug aan mijn ervaring van gisteren.


Ik was vroeg opgestaan om mijn eerste werkdag in Kawolo te beginnen. Maandag zou ik eigenlijk beginnen, maar ik moest plotseling nog eerst 40 kilometer reizen om me te melden bij het hoofd van de regio. Op het laatste nippertje kon mijn Oegandese collega me brengen, maar ook zij wist de weg niet en we verdwaalden hoog in de bergen. Uiteindelijk vonden we het hoofd en die was eerste tien minuten bezig om mijn naam te spellen, mijn geboortenaam nog wel….Heiltje Wilhelmina de Pater (zoals mijn paspoort vermeld). Hij vroeg mij of ik een Oegandese naam had gekregen, waarop ik hem vroeg een naam aan me te geven. Sanyu...klonk het direct, wat zoiets betekent als happiness (blij). Ik kreeg de indruk dat hij nog niet eerder met een blanke in aanraking was geweest en ik moest hem vertellen waarom ik bij hem kwam (wat ik ook niet precies wist). Uiteindelijk schreef hij een krabbel met een indrukwekkende stempel en zo was de laatste hobbel genomen om te gaan werken in Kawolo.


Daar zat ik dan in een blauw busje, wat men taxi noemt, op weg naar Kawolo. Ik was zo dom geweest om een overvolle bus af te slaan, omdat ze teveel geld vroegen, maar ik had spijt als de haren op mijn hoofd. Nu zat ik voor een goede prijs in een lege bus en moest ik drie kwartier wachten tot de bus werd gevuld met andere mensen. Wat verlangde ik even naar het bussysteem in Nederland waar je precies weet voor welke prijs je hoe laat vertrekt. Nou ja, ik probeerde me niet druk te maken dat ik natuurlijk veel te laat aan zou komen, mijn eerste werkdag nog wel. Uiteindelijk ging de bus rijden, maar een plek was nog niet bezet of misschien wel nog meer plekken als iedereen in moet schikken voor nog een passagier. Wat een opluchting, we waren onderweg. Maar na een paar honderd meter, stopte de bus alweer en begon de conducteur te roepen of er weer nieuwe passagiers waren. Dit gebeurde in nog vier dorpen en toen kwam er vaart in. Toen ik in Kawolo aankwam verontschuldigde ik me voor de verlate aankomst, maar het hoofd van de afdeling zei dat hij ook net aankwam door vertraging. Gelukkig, dat stelde me weer gerust.


Hoe heet je? vroegen ze met de rondleiding. Koortsachtig dacht ik na welke naam ik zou geven. Sanyu besloot ik en dat bleek goed uit te pakken. Op elke afdeling toverde ik weer een glimlach tevoorschijn met mijn Oegandese naam, waardoor het ijs brak. Toen ik uiteindelijk op de kinderafdeling mijn dag voortzette, hoopte ik van harte dat ik naar Sanyu zou luisteren als ze me zouden roepen en ik oefende nog een paar keer in mezelf. De hele dag volgende ik de arts met kolonne studenten in zijn kielzog en leerde van alles over tropische ziekten. Plotseling vroeg hij: Wat is het verschil tussen Holy Spirit en Holy Ghost? En weer bedacht ik me dat ik zo'n soort vraag nog nooit bij een artsenvisite in Nederland had gehad. Wat ging de dag snel en aangezien de terugrit lang kon duren, begaf ik me naar de uitgang. Hopend en biddend dat de terugreis goed zou gaan. 


En ja hoor, daar hoorde ik al een conducteur zwaaiend en roepend: ''Kampala, Kampala, Mukono, Mukono…'' 2.000 shilling bood ik aan, waarvan ik wist dat ze 3.000 zouden terug bieden. Inmiddels heb ik wel geleerd om niet te vragen wat het kost, maar gewoon laag te bieden en het liefst in het Oegandees. Oke, 3.000 zoka (dat is genoeg). Op de terugweg was het moeilijk om de bus vol te krijgen, dus halverwege moesten we uit de blauwe taxi en werden we volgepropt bij een andere taxi. Tja, anders is het niet rendabel om te rijden. Even verderop kregen we een lekke band, maar die wisten ze snel te maken en zodoende kwam ik om half 7 's avonds weer veilig thuis aan. Dat was dag 1 op weg naar mijn licentie voor verpleegkundige in Oeganda. 


Terug in Oeganda, een warm onthaal

25 september 2022

Inmiddels zijn we na ons verlof alweer 2 maanden in Oeganda. Het was een intensieve reis. Ondanks de extreme rijen op Schiphol en problemen met bagage waren we, dankzij een welwillende douane, net op tijd in het vliegtuig en kwamen gelukkig ook al onze koffers aan. Door onze vertraging van een paar weken waren onze gasten Thirza en Marry al 2 weken ingeburgerd op Noah’s Ark. We kregen niet alleen van hen een warm welkom (met o.a. een schoon en versierd huis), maar ook de kinderen en tantes kwamen in drommen en met luide kreten op ons af. Zo'n warm welkom hadden we niet verwacht. We hoorden dat ze ook gebeden hadden dat we weer terug zouden komen en we waren met hen dankbaar voor de verhoring.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

'Armoede of rijkdom geef mij niet, voedt mij met het brood van het mij bescheiden deel. Anders zou ik verzadigd zijnde, U verloochenen en zeggen: Wie is de Heere? Of arm geworden zijnde zou ik stelen en de Naam van mijn God aantasten.'  Spreuken 30:8,9
 

Hermina Schrijft over de kliniek, de cultuur en een blind jongetje


Al snel begon het werk in de kliniek. Enerzijds hetzelfde als voor ons verlof, maar toch wel opmerkelijke verschillen. De armoede lijkt toe te nemen, omdat ook hier de prijzen stijgen. Melk die niet meer kant-en-klaar wordt geleverd moeten we nu zelf samenstellen, waardoor het drukker is. Maar wat vooral aangrijpend is, is dat kleine ondervoede kinderen vaker overlijden. Zelfs als ze nog maar net binnen zijn in de kliniek en naar het laboratorium worden gestuurd. Een moeder vertelde ons dat ze vier dagen op zoek was naar iemand die haar geld kon geven voor het vervoer. Uiteindelijk had ze het geld (1 euro!) en haar kind overleed ter plekke in de kliniek. Sommige kinderen zijn zo instabiel dat ze per ambulance naar een groot ziekenhuis in de hoofdstad Kampala worden gebracht (zie foto) 
In de kliniek geven we niet alleen bijvoeding, maar we leren hen ook wat het kindje kan eten naast (ontoereikende) borstvoeding. Vaak beginnen moeders al na 2 weken met koeienmelk als ze denken dat de baby te weinig heeft. Ook leren we hen hoe ze een groentetuin aan kunnen leggen om meer te investeren in goede voeding dichtbij huis. 

Een van de verschillen met de Nederlandse samenleving hier is de wij-cultuur. Als ik s' morgens de kliniek binnenwandel kan het maar zo zijn dat vrouwen van een afdeling hun mat hebben versleept naar een andere afdeling waar meer vrouwen liggen. Of ze zitten op elkaars bed. Ze mengen zich in de gesprekken over het kind van de ander of ze helpen een andere moeder als ze te druk is met haar drie kleine, ondervoede kinderen. Vaak vind ik het hartverwarmend om te zien hoe ze elkaar helpen. Bijvoorbeeld als er even een luier nodig is bij het vervoer naar een ander ziekenhuis. Maar ik zie ook een keerzijde. Alles lijkt van iedereen te zijn. Als je hard werkt voor je inkomen en je hebt meer geld dan je broer, moet je het inleveren en delen met de rest van je familie. Op zich is daar niets mis mee, zo'n sociaal systeem. Maar de vanzelfsprekendheid van delen heb ik wel eens moeite mee. Soms lijkt het geen vraag, maar een logica. Maar wat zouden wij doen als we in hun schoenen stonden? Daarom is de tekst waarmee deze blog begint ons gebed. 


Begin van dit jaar is er een bijna blind jongetje gebracht op Noah’s Ark. We noemen hem Tim in deze blog (zie foto). Tim was ernstig ondervoed en was ziek van malaria. Waarschijnlijk wist zijn moeder geen raad meer met hem en heeft hem ergens achtergelaten. Na goede zorg is Tim opgeknapt. Soms halen we Tim in huis om hem te helpen ontwikkelen met geluiden en kleuren. Tijdens ons verlof gaf iemand een speelgoed piano mee. Dat vindt hij fantastisch. Hij houdt van een grapje. Zijn beschadigde hoornvlies is vol met littekens. We hopen en bidden dat Tim geopereerd kan worden, waardoor zijn zicht zal verbeteren.  Maar daarvoor moet hij wat ouder zijn. 

John schrijft over PR-werkzaamheden en lesgeven

Toen we hier aankwamen begon net de schoolvakantie van vier weken. In de eerste termijn had ik al meerdere werkzaamheden naast mijn docentschap, zoals PR. De achteruitgang van de wereldeconomie heeft, met name door olie- en broodprijsstijgingen hier in Afrika, ernstige gevolgen. In Oeganda is dit gelijk levensbedreigend. Geld gaat niet meer naar de school voor de kinderen, maar naar de eerste levensbehoeften. De betere scholen zijn niet gratis. En hoewel overheidsscholen dit wel zijn, betaald men nog altijd voor boeken, materialen, het vervoer en vaak nog allerlei andere onkosten. Daarom gaat driekwart van de kinderen niet door naar het voortgezet onderwijs. Bij de PR werk ik mee aan diverse acties om o.a. deze doelgroep naar onze school te krijgen. Toen het merendeel na de vakantie terugkwam, was dat een grote opluchting. Al zijn er toch weer een paar afgevallen. Hoe zal het de laatste termijn gaan in deze omstandigheden? Hermina helpt ook een klein deel mee in de PR. Dit komt door de grote hoeveelheid werk. De doelgroep van sponsorkinderen binnen Noah’s Ark is anders dan die voor de school. Deze groep is door de gestadige groei van de afgelopen twintig jaar volledig voorzien van sponsors. Maar deze relaties moeten wel onderhouden worden. Zodoende schreven de tieners in de vakantie aan onze keukentafel hun sponsorbrief (foto hieronder). Met hen meedenken bleek effectief en goed voor onze relatie met hen. 

Inmiddels is het lesgeven voor mij weer begonnen. Ergens begint de studie gewoon weer opnieuw om de leerlingen les te geven over hun land en positie in Oost-Afrika. Thema's als slavernij en de namen van de betrokken stammen en personen is een uitdaging op zich en vereist veel voorstudie. Het voordeel is dat ik op deze manier wel een snelcursus krijg van het land waar we werken. Het is bijzonder om dit te doen in samenwerking met mijn Afrikaanse collega's. 

Wist u/jij dat?

  • onze gasten 's nachts ons huis binnenkwamen met hun matras omdat ze een mierenplaag hadden en dat die plaag de volgende ochtend gewoon weer verdwenen was? (foto boven)
  • als motorrijders moeten wachten op een patiënt uit het ziekenhuis ze regelmatig in slaap vallen? (foto boven)
  • er hier twee ezels loslopen met de naam Lulu en Maggie (foto boven)
  • het gevaarlijke Ebola virus in Oeganda is uitgebroken en er al 21 mensen zijn besmet? 

              Bidt u/jij mee dat de preventieve maatregelen gezegend worden?

Ons eerste verlof 

28 juni 2022

De terugkomst in Nederland was bijzonder. We keken met elkaar dankbaar en verwonderd terug op ons verblijf in Afrika. Het was een stap in gehoorzaamheid en geloof en nu mochten we terugkeren met blijdschap. We hebben een plek bij Noahs Ark gevonden in Oeganda. Een bescheiden rol als onderwijzer en verpleegkundige, naast het wonen als echtpaar temidden van zoveel kinderen. Het is niet in een paar woorden uit te leggen wat ons werk precies inhoud en we waren dan ook dankbaar voor alle presentaties die we hebben mogen geven. 
 
De verlofperiode bleek drukker dan verwacht (of hadden we het tekort gepland?). Het hoogtepunt was daarin de uitzenddienst. Hier hadden we naar toegeleefd en we zijn de dienst en alle betrokkenheid dankbaar ondergaan. Een periode waarin we veel van onze familie en vrienden even konden ontmoeten vooraf aan een lange periode zonder. We zijn ook dankbaar voor alle hulp, inzamelingen en moeiten die gedaan zijn voor ons werk in Oeganda. Verkopingen en inzamelacties die al bezig waren, maar waarvan besloten werd dat de opbrengst gedeeld werd. Dat maakt ons stil. Naast alle hulp die al geboden wordt, blijft elke gift of bijstand bijzonder. Toen was de tijd om ons te richten op het vertrek. 
 
Het ging echter anders dan verwacht. We werden genoodzaakt het ticket te verzetten door positieve testen en de enige beschikbare datum die nog overbleef was vijf weken later. Temidden van boerenstakingen, personeelstekorten op de Europese luchthavens en massale geschrapte vluchten werden we gedwongen ons verlof te verlengen. Zelfs onze auto kwam niet meer door de APK. Gelukkig dat we een auto mogen lenen en dierbaren ons huisvesting nogmaals aanbieden. We merken dat we dan ook graag nog even tot rust hopen te komen om ons beter mentaal en praktisch  voor te bereiden. Met gezondheid hopen we een volgende keer iets ruimer in te plannen. Nu bidden we vooral dat we de extra tijd goed zullen benutten en dat we weer door naar Oeganda mogen op 27 juli. 

6 april 2022    

Een verrassende rit


Elke keer vind ik het weer een uitdaging. Boodschappen doen op een ‘’boda boda’’, een soort motor waar John en ik uitgerust met een backpack achterop kruipen. Althans, pas als we onderhandeld hebben over de prijs, hebben we inmiddels geleerd. Het wordt 4000 shilling, een euro omgerekend. We hebben haast, want we willen niet weer dat onze telefoon- en internetabonnement wordt afgesloten, omdat het visum is verlopen. We hebben inmiddels een nieuw visum en hopen maar dat de winkel open is en dat internet werkt, zodat we niet weer drie keer terug moeten gaan. 

Daar zitten we dan achterop. Het gaat zo hard en ik weet niet hoeveel schietgebeden ik opzend tijdens de rit om heelhuids aan te komen. Hoewel ik wat meer gewend ben aan het motorrijden, blijft het niet mijn favoriete bezigheid. De motor rijdt hard, vliegt overal tussendoor, staat plotseling op de rem als we bijna ingeklemd worden tussen twee vrachtwagens of een andere boda boda onze pas afsnijdt. Aangekomen eerst maar pinnen om alle boodschappen te kunnen betalen. Het is klam en vochtig weer en tot onze schrik zien we dat er een donkere lucht aanzwelt. We moeten nog naar de markt en met alle rituelen in begroetingen gaat dat wat tijd kosten. We besluiten om dit keer naar een andere kraam te gaan voor onze groenten, omdat het wat sneller gaat. Maar als we op de markt zijn, komen de eerste spetters al. Nog nooit zo snel boodschappen gedaan, uiteraard de helft vergeten. 

Tevergeefs hoop ik dat de regenbui even wacht totdat we thuis zijn en plotseling stopt de boda boda bij een wat vervallen hut. Onze chauffeur is inmiddels doorweekt en kan niets meer zien. We schuilen onder een luifel, maar worden hartelijk welkom worden geheten door een jonge vrouw met een klein kindje. Het kindje zet het op een brullen bij het zien van de witte verschijningen in de donkere hut. Maar al gauw worden we vrienden als we een koekje uit de backpack halen. In de hut staat een kleine kast, een vriezer, een matras, een bankje en wat kleine spullen. Om het schrijnende wat te relativeren bedenk ik me dat het niet erg is hoe groot je huis is, als je maar droog bent. Maar deze gedachte stelt me niet gerust. Ondanks armoede zie ik vrede en vriendelijkheid bij deze vrouw en ik vraag me af waarom we hier onverwacht naar toe zijn gebracht. Alsof wij er niet zijn, begint ze met het warm aankleden van haar kindje, geven van borstvoeding en begint ze te lezen in iets wat op een Bijbel lijkt. En dan begint het gesprek…ze is christen geworden op het moment dat haar leven gebroken werd. Haar man liet haar in de steek met drie kinderen toen hij een goede baan kreeg en haar inruilde voor een ander. Ze vertrouwde niemand meer en kwam met christenen in aanraking. Ze vertrouwt nu nog alleen op Jezus Die haar in alles helpt. Ze verkoopt melk die ze bewaart in de vriezer. De regen vermindert en de boda boda driver krijgt haast. Na een afsluitend gebed stoppen we haar gauw nog wat toe voor haar vriendelijke gastvrijheid. We zien namelijk maar 1 ei in de kleine woning. Zou ze er vanmorgen om gebeden hebben? Haar blijde gezicht verraadt in ieder geval hoe dankbaar ze is. En nu weer terug door de blubber; heuvel op, heuvel af. Wat een opluchting om weer ‘thuis’ te zijn en tegelijk zijn we verwonderd over Zijn planning die de onze elke dag doorkruist. 

School ‘New Horizon’ weer open na bijna 2 jaar!

19 februari 2022

Jongens op weg naar de primery school op de compound

Meisje van de community in de primery klas van Noahs Ark 

Wist u dat er wel 200 kinderen op Noah’s Ark wonen? Door de schoolopening zijn er nog eens 200 tieners bij gekomen die in de omgebouwde containers wonen op het schoolterrein van Noah’s Ark. Daarnaast komen er nog meer 200 dan kinderen elke dag lopen vanuit de community. En wist jij dat deze kinderen al 2 jaar nauwelijks of geen onderwijs hebben gehad? Er is geen land ter wereld waar er, door de corona, zolang aan een stuk door de school gesloten was. U kunt zich wel voorstellen hoe blij de kinderen waren dat ze hun uniform weer aan konden trekken. Ook vele kinderen uit de community stromen elke dag hun klaslokaal binnen, die gevuld is met meer dan 60 leerlingen. Ze waren wel erg nieuwsgierig naar de Mzungu (blanke) leraar die les zou gaan geven. Na de eerste keer 1,5 uur les bedachten ze dat ze wel 3 uur les van de Mzungu konden krijgen. Aan het eind werd er voor John geklapt en gezongen. John probeert hen nieuwe methoden aan te leren waarbij ze zelf actief worden betrokken in de les, zoals presenteren en debatteren. 

Verdriet en angst bij kinderen

Soms zijn er ook wel schrijnende situaties onder de leerlingen. Op een maandagmorgen kwam er een meisje in de kliniek die teveel pillen ingenomen had. Ze was de enige dochter van haar vader en hij verongelukte net voordat ze naar school ging. Als hier iemand overlijdt, wordt diegene meestal de dag erna begraven. Aangezien ze de hele week op Noah’s Ark verbleef had ze geen tijd gehad om het tragische verlies te verwerken. We hebben een tijd met haar gesproken en ze overgedragen aan de maatschappelijk werker van de school. 

De kinderen zijn doorgaans vrolijk en hebben het goed op Noah’s Ark, alhoewel ze een eigen vader en moeder missen. Soms hebben ze last van angst, vooral ‘s nachts. Angst voor boze geesten die door middel van een magische, bovennatuurlijke kracht het leven van iemand verwoest (witchcraft). Die angst is ook te begrijpen, aangezien de duivelse macht hier een voelbare realiteit is. Men gaat vaak eerst naar een tover- of kruidendokter en komen in het uiterste geval naar de kliniek. Soms is het dan te laat, bijvoorbeeld als een kindje te ernstig ondervoed is.  

Verlofperiode en uitzenddienst

Destijds hebben we de naam Sheepfold (schaapskooi) gekozen voor onze missie. Het is onze hoop en gebed om de kinderen niet alleen goede zorg en onderwijs te geven, maar hen ook te leiden naar de Goede Herder. Veilig in de schaapskooi. We hopen eind april voor een aantal weken terug te komen naar Nederland. In deze verlofperiode hoopt de uitzenddienst vanuit de CGK Renswoude plaats te vinden. In deze periode vertellen we ook graag over het werk en leven op Noah’s Ark. In de volgende blog hopen we daarop terug te komen met concrete informatie.

Voor meer foto's zie: impressies

Voortgang op Noahs Ark 

Afronding Bingham Academy

We zijn dankbaar om te kunnen melden dat we ons nu kunnen concentreren op Noahs Ark.

Afgelopen periode hebben meerdere gesprekken plaatsgevonden o.a. met de Bingham Academy en ons thuisfront. In goed overleg is besloten om niet terug te keren naar Ethiopie. Vooral omdat de resterende tijd een korte periode betreft die niet opweegt tegen de gevolgen van de transitie en lange termijn doelen. 

De Bingham Academy gaf aan onze overweging te begrijpen en wenst ons het beste. We kijken dankbaar terug op de ontmoetingen en het werk dat we hebben mogen verrichten. 

De situatie in Ethiopie is nog altijd gecompliceerd en vraagt om veel gebed. Momenteel is er sprake van een staakt het vuren, maar de regio is er niet stabieler op geworden, gelijk er in heel de wereld veel onrust is of toeneemt. De oorlog heeft veel levens geëist en nog steeds dreigt er uitbreiding van hongersnood en verdere armoede die vooral de bevolking treft. 

In Oeganda

Spanningen zijn er ook in Oeganda en deze komen soms ernstig dichtbij. De eerste keer toen Hermina naar de hoofdstad moest, keerden ze snel terug omdat er twee bommen waren afgegaan. Daarom bidden we ook voor bescherming.

Op de compound merkten we eerder weinig van de problemen buiten de muren. Zoals we in onze laatste berichtgeving konden vermelden genieten we van het werk dat we mogen verrichten. Helaas is er juist op het moment dat de kerst begon Covid ontdekt. Dit betekent dat het merendeel van de programma’s zijn afgezegd en de afzonderlijke units van elkaar zijn afgeschermd. Voor John betekende dit dat de jongens het schilderij waar ze aan hebben gewerkt niet konden presenteren en voor Hermina betekent dit dat ze voorlopig niet naar het kinderhuis kan. Het spannend wat dit betekent voor de opening van de school in januari. Als de scholen niet opengaan betekent dit de continuering van de lockdown die nu inmiddels al langer dan anderhalf jaar duurt. U begrijpt dat de gevolgen nu al reeds ernstig zijn. 

We zijn dankbaar dat we tussen de (oudere) kinderen wonen, wat ons gelegenheid geeft in contact te blijven. We kijken terug op een bewogen jaar door de transitie in Ethiopie, maar zijn erg dankbaar voor de bereikte doelen aldaar en het werk dat we al hier hebben mogen verrichten. We merken dat de band met de kinderen begint te groeien. Soms is de pedagogische taak intensief, maar anderzijds is er voldoende ruimte om terug te trekken. Al staan er snel weer kinderen voor de deur, dat door de lockdown nu wel is verminderd. 

Het valt nog niet altijd even mee te ontdekken hoe in deze nieuwe cross-culture setting de lijnen lopen en welke verwachting er zijn en hoe de dingen werken. We kijken vooral ook erg dankbaar terug op uw steun, betrokkenheid van de kerk en al het verrichte werk van het TFT. We zijn ook dankbaar voor alle hulp en medewerking vanuit Ethiopie en de Bingham Academy en vragen ook u nog te bidden voor verbetering van de situatie van vele mensen die beschadigt zijn door de oorlog of dierbaren hebben verloren. 

Pad naar de ingang

Overburen

Op bezoek bij het kinderhuis

Boodschappen op de Boda


Wilt u onze ervaringen volgen? Hieronder kan u/ jij zich inschrijven voor de blog.